MUIZEN

 

Muizen zijn na de mens het meest voorkomende zoogdier op aarde. De term muis wordt niet altijd even consequent gebruikt. Onder muizen worden in de volksmond kleine knaagdieren met een lange staart verstaan. Soms worden ratten ook als 'muis' aangeduid, wat taxonomisch niet klopt.

Op deze website beschrijven we de belangrijkste en meest voorkomende muizensoorten in Nederland en België. Daarnaast geven we een overzicht hoe muizen in het nieuws zijn. Omdat muizen ook overlast kunnen geven, bijvoorbeeld in huis, geven we tips over hoe muizen te voorkomen en te bestrijden zijn. Tot slot geven we een overzicht van muizen in onderzoek. Muizen worden vaak gebruikt om (medische) onderzoeken op los te laten. Belangrijke uitkomsten leest u hier.


Soorten muizen in Nederland

 

Deze belangrijkse muizen die in Nederland in het wild voorkomen zijn aardmuizen, bosmuizen, bosslaapmuizen, dwergmuizen, eikelmuizen, hazelmuizen, huismuizen, Noordse woelmuizen, ondergrondse woelmuizen, relmuizen, rosse woelmuizen en veldmuizen. Hieronder volgt per soort muis een korte beschrijving met de belangrijkse kenmerken. Ook kun je per muis klikken op een linkje naar een kaart met de actuele prevalentie per muizensoort in Nederland.

 

De kleurmuis is de belangrijkste tamme muizensoort die als huisdier gehouden kan worden. Kleurmuizen zijn afstammelingen van de huismuis. Hieronder meer over kleurmuizen. Op de pagina 'huisdier' lees je alles over het houden van muizen als huisdier.

 

 

Aardmuizen

aardmuis  

Net als de veldmuis zijn aardmuizen een onderfamilie van de woelmuis. Aardmuizen hebben een donkere, ruige vacht die bruingrijs is op de rug en grijs op de buik. De nek en poten kunnen een roomkleurige glans hebben. De aardmuis is tussen de 8 en 14 centimeter lang, met een relatief korte staart, namelijk 2 tot 5 centimeter. Het gewicht van aardmuizen is rond de 15 tot 15 gram. Aardmuizen leven in weilanden, bossen, duinen, bergen en grasland, het liefst in een vochtige omgeving. Aardmuizen eten gras en kruiden. In tegenstelling tot veel andere muizen is de aardmuis zowel overdag als ’s nachts actief. Wijfjes kunnen het hele jaar door jongen krijgen met een piek in de periode april tot en met september.

 

Klik hier voor een kaartje met prevalentie van de aardmuis in Nederland.

 

 

Bosmuizen

Bosmuizen hebben een donkerbruine rug, geelbruine flanken en een zilverachtige buik. Jonge bosmuizen kunnen ook een witte buik hebben. De bosmuis is 10-11 centimeter lang met een staart van nog eens 7 tot 12 centimeter. Over de staat lijken ringen te lopen, tot wel 200 stuks. Bosmuizen wegen tussen de 13 en 27 gram. Ook bosmuizen zijn vooral ’s nachts actief en ze leven in bossen, tuinen, braakliggend terrein, graanvelden, struikgewas, zandduinen en soms ook in gebouwen.
De bosmuis eet graan, noten, bessen, vruchten, zaden, knoppen, eikels, beukennoten, hazennotel, mos, paddenstoelen, insecten, spinnen, wormen en slakken. Vrouwtjes werpen een tot vier nesten per jaar, in het seizoen maart tot oktober. Ook bosmuizen hebben een draagtijd van ongeveer 20 dagen.

 

Klik hier voor een kaartje met prevalentie van de bosmuis in Nederland.

 

bosmuis

 

 

Bosslaapmuizen

bosslaapmuis

 

De bosslaapmuis is een onderfamilie van de slaapmuis (net als de eikelmuis, de relmuis en de hazelmuis. De bosslaapmuis lijkt op de eikelmuis, maar is wat kleiner, heeft een minder duidelijk 'masker' en heeft een borstelige staart. De bosslaapmuis wordt ook boomslaper genoemd.

De bosslaapmuis is tussen de 8 en 13 centimeter lang, met daarbij nog een staart van 8 tot 10 centimeter. Deze muis weegt tussen de 30 en 60 gram. Net als de andere slaapmuizen is ook de bosslaapmuis een nachtdier en houdt het een winterslaap.

De bosslaapmuis eet zaden, noten, korstmos en fruit. Ook eet hij insecten en larven. Twee tot drie keer per jaar werpt het vrouwtje een nest jongen. Per keer worden drie tot vijf jonge muizen geboren.

 

 

Dwergmuizen

dwergmuis

 

In tegenstelling tot de huismuis leeft de dwergmuis in de wilde natuur. Dwergmuizen komen voor op akkers, graslanden, bosranden en rietvelden. De dwergmuis is het kleinste knaagdier ter wereld; 5 tot maximaal 8 centimeter lang, met een staart van nog eens 5 tot 7 centimeter. Dwergmuizen wegen maximaal 10 gram. Dwergmuizen eten voornamelijk vruchten, bessen, zaden, granen en insecten. Eens per jaar werpt de dwergmuis jongen, waarbij de draagtijd net als bij de huismuis, ook ongeveer 20 dagen beslaat.

 

Klik hier voor een kaartje met prevalentie van de dwergmuis in Nederland.

 

 

Eikelmuizen

De eikelmuis is een onderfamilie van de slaapmuis. Eikelmuizen hebben witte pootjes, zijkanten en wangen en hebben verder een bruine vacht. De staart is donkerder en heeft een witte pluim op het einde. De eikelmuis is tussen de 10 en 17 centimeter groot en heeft een staart van 10 tot 15 centimeter. Met een gewicht van tussen de 50 en de 200 gram is de eikelmuis 1 van de grotere muizen. Net als andere muizen zijn eikelmuizen nachtdieren en zijn ze vooral actief na zonsondergang.

Eikelmuizen leven soms in nesten van andere dieren (zoals vogels en steenmarters). De eikelmuis eet noten, vruchten, zaden en restjes, maar ook eieren van andere dieren, insecten, maden en slakken. Een tot twee keer per jaar werpen de eikelmuizen jongen, met een draagtijd van iets meer dan 20 dagen. Net zoals de andere slaapmuizen houden eikelmuizen ook een winterslaap.

 

Klik hier voor een kaartje met prevalentie van de eikelmuis in Nederland.

 

eikelmuis

 

 

Hazelmuizen

De hazelmuis is een onderfamilie van de slaapmuis (net als de eikelmuis, de relmuis en de bosslaapmuis. Hazelmuizen hebben een oranje rug en geelwitte onderzijde. Het zijn relatief kleine muizen; 6 tot 8 centimeter, met een gewicht van 20 a 30 gram (behalve net voor de winterslaap, dan kunnen we wel 45 gram wegen).

De hazelmuis eet hazelnoten, kastanjes, eikels, zaden, vruchten en bessen, en soms ook dierlijk materiaal als insecten, eieren en jonge vogeltjes. Hazelmuizen zijn nachtdieren en overdag houden ze zich verborgen op een beschutte plek (meestal het nest). Een tot twee keer per jaar werpen de hazelmuizen jongen, met een draagtijd van iets meer dan 20 dagen. Net zoals de andere slaapmuizen houden hazelmuizen ook een winterslaap.

 

Klik hier voor een kaartje met prevalentie van de hazelmuis in Nederland.

 

hazelmuis

 

Huismuizen

huismuis  

De meest voorkomende muis in Nederland is de (Westelijke) huismuis. Huismuizen hebben opvallende oren, grote ogen en een spitse snuit. De grijsbruine vacht is vet en glanzend, de staart lang en geschubd. De huismuis is tussen de 7 en 10 centimeter lang met een staart die ook tussen de 7 en 10 centimeter is. Het gewicht van de huismuis varieert van 12 tot 22 gram. Huismuizen verspreiden een onaangename geur (typische muizenlucht). De huismuis is meestal ’s nachts actief en is een echte alleseter. Het liefst eet de huismuis granen, vlees, kaas, zaden, noten, groenten, insecten, maar ook bijvoorbeeld zeep en papier. De huismuis heeft maar weinig voedsel nodig, ongeveer 3 gram per dag en ook drinkt de huismuis weinig.

Huismuizen kunnen overal leven, maar zoeken ’s winters het liefst warmte op. Wijfjes werpen 5 tot 19 keer per jaar jongen die 6 weken na hun geboorte zelf al weer vruchtbaar zijn. De draagtijd is ongeveer 20 dagen. In een jaar kan een nest zich dus meerdere malen vermenigvuldigen.

Klik hier voor een kaartje met prevalentie van de huismuis in Nederland.

 

 

Kleurmuizen

kleurmuiskleurmuis
Kleurmuizen zijn tamme afstammelingen van huismuizen. Hij wordt als een vorm van deze muis beschouwd. De naam kleurmuis werd gegeven omdat deze muis, in tegenstelling tot zijn wilde voorouder, in allerlei kleurslagen voorkomt. Kleurmuizen bestaan in meer dan 50 verschillende kleurslagen, haartypen, tekeningen en uitmonsteringen. Zo zijn er langharige muizen, naakte, muizen met krullen en kunnen ze vlekken hebben die erfelijk zijn, zoals bij lakenvelder en rumpwhite. Enkele haarstructuren zijn ontwikkeld met voor de muis zeer nadelige kenmerken. Naaktmuizen hebben vrijwel geen beharing meer en zijn dus erg gevoelig voor kou. Japanse dansmuizen bewegen zich voort alsof ze dansen. Dit komt door een erfelijke afwijking in het evenwichtsorgaan. Deze muizen kunnen zich niet normaal voortbewegen. Net als bij andere huisdieren worden er voor kleurmuizen shows georganiseerd waar gekweekte exemplaren worden beoordeeld op uiterlijk en gezondheid en prijzen kunnen winnen. Rassen bestaan niet bij kleurmuizen, er wordt onderscheid gemaakt door middel van oogkleur en aftekeningen, structuren en kleuren van de vacht.
kleurmuiskleurmuis

 

 

Noordse woelmuizen

De Noordse woelmuis is een ondersoort van de woelmuis, net zoals de rosse woelmuis en de ondergrondse woelmuis. Noordse woelmuizen zijn tussen de 8 en 16 centimeter lang met een staart van 3 tot 7 centimter. Het gewicht kan uiteenlopen van 20 tot wel 80 gram. De Noordse woelmuis lijkt op de aardmuis, alleen is hij groter. Deze muizen zijn waterdieren en kunnen goed zwemmen. Daarom leeft deze muis in waterrijke gebieden.

Noorde woelmuizen zijn herbivoren en eten dus vooral planten, zaden en scheuten. Net als andere muizen kan het vrouwtje meerdere keren per jaar jongen werpen, zelfs tot 5 keer per jaar. De draagtijd bedraagt iets meer dan 20 dagen.

 

Klik hier voor een kaartje met prevalentie van de Noordse woelmuis in Nederland.

 

noordse woelmuis

 

 

Ondergrondse woelmuizen

ondergrondse woelmuis  

De ondergrondse woelmuis is een ondersoort van de woelmuis, net zoals de rosse woelmuis en de Noordse woelmuis. De ondergrondse woelmuis is zelfzaam in Nederland en wordt slechts sporadisch waargenomen. Deze woelmuis heeft een lengte van 7 tot 10 centimer, een staart van 3-4 centimter en een gewicht van 10 tot 30 gram.

Ondergrondse woelmuizen hebben een donkergrijze vacht en opvallend kleine oogjes. De ogen zijn bijna niet waar te nemen en vallen nagenoeg weg in de vacht. Tevens is het opvallend dat deze muis vijf kussentjes heeft op de achterpootjes, terwijl andere woelmuis er zes hebben.

 

Klik hier voor een kaartje met prevalentie van de ondergrondse woelmuis in Nederland.

 

 

Relmuizen

Net als de eikelmuis is de relmuis een onderfamilie van de slaapmuis. Relmuizen zijn bruin-grijs en hebben een donkere streep over hun rug lopen. Rondom de ogen is de kleur wat donkerder en de buik is wat lichter van kleur. Ook de relmuis is net als de meeste andere muizen een dier wat 's nachts leeft. De relmuis eet noten, zaden, knoppen, insecten en schors. Soms eet de relmuis, net zoals de eikelmuis, eieren en insecten. De relmuis is ook een relatief grote muis, met een gewicht van maximaal 300 gram in de winter. Relmuizen kunnen maarliefst 8 jaar oud worden, en hiermee zijn zij 1 van de meest oude muizen.

 

In de zomer werpen de relmuizen, de draagtijd is aanzienlijk langer dan bij andere soorten muizen, namelijk 30 dagen.

 

Klik hier voor een kaartje met prevalentie van de relmuis in Nederland.

 

relmuis

 

 

Rosse woelmuizen

rosse woelmuis  

De rosse woelmuis is een ondersoort van de woelmuis, net zoals de Noordse woelmuis en de ondergrondse woelmuis. De rosse woelmuis is de meest voorkomende woelmuis in Nederland.

Rosse woelmuizen hebben een roodbruine bovenkant, grijze flanken en een naar het wit kleurende buik. Deze woelmuis is 9 tot 11 centimer lang, met een staart van nog eens 4 tot 7 centimter. Het gewicht bedraagt tussen de 15 en 40 gram. De rosse woelmuis eet allerlei natuurlijk voedsel, maar ook insecten, wormen en slakken. Vrouwtjes krijgen niet veel jongen per worp (maximaal 5), maar kunnen wel vier tot vijf keer per jaar werpen. De draagtijd is korter dan bij andere muizen, rond de 17 dagen.

 

Klik hier voor een kaartje met prevalentie van de rossse woelmuis in Nederland.

 

 

Veldmuizen

 

De veldmuis is een bruine muis met een ruige vacht. Veldmuizen zijn net als aardmuizen ondersoorten van de woelmuis. Veldmuizen zijn 9 tot 12 centimeter groot met een relatief korte staart van 3 tot 5 centimter. De veldmuis weegt tussen de 15 en 40 gram. Veldmuizen leven in droge, open gebieden (velden) tussen het gras en graan. De veldmuis is een herbivoor en eet granen, grassen, kruiden en zaden, maar soms ook insecten. Twee tot vier keer per jaar werpt het vrouwtje jongen en de draagtijd is bij de veldmuis ook ongeveer 20 dagen.

 

Klik hier voor een kaartje met prevalentie van de Noordse woelmuis in Nederland.

  veldmuis

 


 

LAATSTE NIEUWS OVER MUIZEN

 

Onderzoek met muizen in volle gang in België

13 juni 2014 - Het Studiecentrum voor Kernenergie in Mol (België) beschikt over een gloednieuw proefdierencentrum voor duizenden muizenproefen. Het onderzoek naar de impact van lage stralingsdosissen belandt zo in een hogere versnelling. Dat een hoge dosis radioactieve straling nefast is voor de gezondheid, is welbekend. Maar over welke gevolgen lage dosissen radioactiviteit hebben op onze cellen, weefsels en organen en wat de langetermijneffecten daarvan zijn, bestaat nog veel onzekerheid. Het Molse Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) doet al decennia onderzoek naar de gevolgen van de blootstelling aan lage dosissen radioactieve straling. Daarbij wordt onder meer gefocust op het ongeboren leven (zwangere vrouwen die een medische scan ondergaan of worden bestraald) en op de schade die stralingstherapie kan toebrengen aan de omliggende organen (zoals het hart tijdens de bestraling van een borsttumor). "Met ons arsenaal aan moleculaire technieken kunnen we zelfs bij de kleinste dosissen de biologische veranderingen zichtbaar maken", vertelt Hans Vanmarcke van het SCK. "Dat kan gaan om breuken in het DNA of om specifieke genen die worden uitgezet. De cruciale vraag is echter of die schade op moleculair niveau ook een impact heeft op de gezondheid op lange termijn. De enige manier om dit te onderzoeken, is door de experimenten uit te voeren op dieren, specifiek muizen. " In het gloednieuwe proefdiercentrum zullen jaarlijks zowat duizend muizen worden bestraald en vervolgens onderzocht. Niet iedereen is tevreden over deze vernieuwing. Michel Vandenbosch, directeur van GAIA, vindt dit labo niet nodig. "Zijn die experimenten in het verleden al niet uitgevoerd? En is het werkelijk zo belangrijk dat we daar muizen voor moeten opofferen? Daarvan ben ik allemaal niet zo zeker", zegt hij (Bron: Gazet van Antwerpen).

 

Baby's die in contact komen met muizen hebben minder kans op allergie

7 juni 2014 - Baby's die in de stad worden geboren hebben minder kans op astma en allergieën als in hun huis ook dieren rondlopen. En dan niet alleen huisdieren als katten, maar ook ongedierte als kakkerlakken en muizen. Dat blijkt uit onderzoek van vooraanstaande Amerikaanse allergologen, longartsen en kinderartsen dat is gepubliceerd in een Amerikaans vaktijdschrift. Baby's die in hun eerste levensjaar worden blootgesteld aan huidschilfers van katten en muizen, uitwerpselen van kakkerlakken en bepaalde bacteriën die daarin zitten, hebben minder kans op astma en allergieën tegen de tijd dat ze 3 jaar zijn. Het effect was al bekend bij kinderen die ter wereld komen in plattelandsgebieden waar veel vee is. Volgens de onderzoekers is de uitkomst van het onderzoek geen reden om het huis niet meer schoon te houden. Maar misschien wel een tikje minder. Want een iets minder schone omgeving triggert het immuunsysteem de strijd aan te gaan met relatief ongevaarlijke zaken als pollen, huisstofmijt en huidschilfers van dieren als katten en muizen (Bron: het Parool).

 

Muizen hebben plezier in rennen en lopen

29 mei 2014 - Wetenschappers van de Nederlandse Universiteit Leiden hebben aangetoond dat dieren lopen voor hun plezier. Ze vroegen zich af of muizen in gevangenschap in een rad lopen omdat ze het leuk vinden, of omdat ze neurotisch en gestresseerd zijn zoals beren in gevangenschap die heen en weer beginnen lopen. Voor dat onderzoek plaatsten ze een rad in het wild en keken ze wat voor dieren erop afkwamen. Het rad werd omheind zodat de kleine diertjes erop konden maar grotere dieren het niet konden omstoten.

Uit de resultaten, die vorige maand werden vrijgegeven, blijkt dat heel wat dieren genieten van het rad. Onder andere muizen en ratten, maar ook slakken en padden werden gesignaleerd op het wiel. 88% van de dieren op het wiel waren muizen, terwijl andere dieren telkens minder dan 1% van het totaal vertegenwoordigden. Toch liepen de weinige padden die het wiel probeerden meerdere keren op het wiel.

Muizen liepen tussen één en achttien minuten op het rad en sprongen vrolijk op en af het rad. Volgens Johanna H. Meijer van de Universiteit Leiden toont dit aan dat dieren vanuit zichzelf gemotiveerd zijn om actief te zijn. Ze vindt de resultaten van de studie best grappig en was bijzonder blij toen ze de eerste muis op het rad zag, maar neemt deze studie wel serieus. Haar inspiratie haalde ze bij Konrad Lorenz, een van de eerste onderzoekers van dierengedrag, die opmerkte dat ontsnapte ratten terugkeerden naar zijn tuin om in een rad te lopen. Dat was slechts één zinnetje in het werk van Lorenz en Meijer wou dat beter onderzoeken.

De reacties op het onderzoek uit de wetenschappelijke wereld zijn positief. Huda Akil van de University of Michigan reageert niet verbaasd op het onderzoek. Volgens haar belonen de hersenen dieren wanneer ze zich fysiek inspannen, net zoals dat gebeurt bij mensen. Als zegt ze dat er ook temperamentverschillen zijn bij dieren. Zo is het mogelijk om ratten te kweken die niet graag lopen. Terwijl de muizen zich uitsloofden op het rad zullen andere muizen misschien hoofdschuddend toegekeken hebben (Bron: Metro).

 

Meer nieuwsberichten over muizen treft u aan op onze nieuwspagina.